Ik snap het wel, maar niet zo snel! 

Wijzer worden in de executieve functies                                                

Ken jij een leerling die steeds vergeet welke materialen hij nodig heeft voor een werkje?
Iemand die voor zijn beurt praat of de hele dag zit te dromen?
Of een leerling die uit het niets snel boos wordt wanneer er iets onverwachts gebeurt?
Lees dan deze blog eens!

Executieve functies zijn functies in je brein die het mogelijk maken om je gedrag en je leren te sturen.
Het gaat bijvoorbeeld over het vermogen om te organiseren, je te kunnen concentreren of om je gevoelens en gedrag te reguleren.
In deze blog lees je welke executieve functies er zijn en waarom het trainen van executieve functies zo belangrijk is. Daarnaast ga ik in op de training die wij bij RondomLeren gebruiken om deze belangrijke functies van kinderen te trainen. 

Executieve functies waar kinderen en jongeren op school en thuis gebruik van maken:

  • Plannen: Wat doe ik wanneer?
  • Organiseren: Hoe pak ik de taak aan die ik moet maken aan?
  • Volgehouden aandacht: Ik kan mijn aandacht bij een taak of instructie houden zonder te worden afgeleid door gebeurtenissen om mij heen of gevoelens van vermoeidheid of verveling.  
  • Taakinitiatie/ doelgericht taakgedrag: Ik begin na de instructie aan de taak en maak de taak af.
  • Inhibitie: ik heb controle over impulsen en denk na hoe ik het best kan reageren.
  • Flexibiliteit: Ik kan omgaan met veranderingen.
  • Timemanagement: Ik kan inschatten hoeveel tijd ik nodig heb voor mijn taak. 
  • Emotieregulatie: Ik kan effectief omgaan met mijn emoties.
  • Gedragsevaluatie: Ik heb inzicht in mijn eigen gedrag.
  • Werkgeheugen: Ik onthoud de informatie die ik krijg en pas de informatie ook toe.

De ontwikkeling van je executieve functies.

Het menselijk brein ontwikkelt mee met elke levensfase. Na de geboorte worden er verbindingen gelegd tussen hersendelen. Dit zijn echter meer verbindingen dan nodig, en daarom sterft een deel hiervan ook weer af.
Het brein begint met het ontwikkelen van zintuiglijke verbindingen. Als dat klaar is, is het brein in staat zich verder te ontwikkelen. De ontwikkeling start bij de hersenstam, lage functies (lichaamsfuncties). Dit houdt in dat we goed kunnen klaar zitten en kunnen opletten.
De ontwikkeling eindigt bij hogere functies zoals redeneren, plannen, emoties en geheugen. De vroege ontwikkeling is gericht op het bouwen van de verschillende componenten van de executieve functies. In de latere ontwikkeling komen de hogere vaardigheden en onderlinge coördinatie aan bod. Hierdoor kunnen leerlingen complexere taken aan en efficiënter werken. Sommige vaardigheden zijn ook leeftijdsgebonden.

Waarom is het belangrijk executieve functies te trainen bij kinderen?

De executieve functies, een groep hersenprocessen, zorgen voor het beheren van informatie en het goed uitvoeren van taken, die nodig zijn om op school te slagen. De executieve functies, zijn meer dan intelligentie, een grote voorspeller voor schoolsucces op latere leeftijd (Bull en Scerif, 2001).
Leerlingen met zwakke executieve functies begrijpen vaak heel goed ‘wat’ ze moeten doen, maar worstelen met het ‘hoe’. Leerlingen hebben de volwassene nodig om het ‘hoe’ vorm te geven en deze executieve functies verder te ontwikkelen.
De leerkracht zal een kind voortdurend moeten aansporen wat kan leiden tot negatieve interacties met als gevolg dat het kind het gevoel krijgt dat het niets kan. Het risico is dat een leerling een verminderd zelfbeeld kan ontwikkelen. 

Van alle executieve functies is aangetoond dat het werkgeheugen de meeste invloed heeft op het leren (Gathercole & Pickering, 2000). Het werkgeheugen is het deel van het geheugen dat telkens met een soort dubbele taak bezig is.
Het werkgeheugen wordt gebruikt wanneer je twee dingen tegelijk moet doen: namelijk het vasthouden en bewerken van informatie. De informatie die in je werkgeheugen komt, kan zowel via je oren (auditieve kanaal) of via je ogen (visuele kanaal) binnen komen. Sommige kinderen zijn auditief beter, anderen zijn visueel beter. 

Hoe kan je de executieve functies trainen?

Er zijn veel verschillende manieren waarop je iedere executieve functie apart zou kunnen trainen. Denk aan een spel als memory om het werkgeheugen te trainen, of Halli Galli om te oefenen met inhibitie. In deze blog ga ik niet alle mogelijke manieren opnoemen, maar ga ik in op de training die wij aan kinderen geven om de belangrijkste executieve functies te trainen. Dit is de training Beter Bij de Les (BBL).

Beter Bij de Les (BBL) is een individuele behandelmethode voor leerlingen van 8 tot 12 jaar. De training wordt op school (buiten de klas) gegeven. Er wordt tijdens deze training veel aandacht besteed om het geleerde ook in de klassensituatie te oefenen. Het doel is om het werkgeheugen te verbeteren, maar daarnaast ook om uitleg te geven hoe het leren werkt in het brein en welke vaardigheden hiervoor nodig zijn.
Er worden tevens compensatiestrategieën aangeboden hoe de leerling beter kan onthouden en de gedragsevaluatie wordt vergroot. De training is opgedeeld in 5 weken van 5 dagen. Het aantal trainingsdagen per week wordt besproken met de school. Per dag neemt de training ongeveer 60 minuten in beslag. 

De training verloopt elke trainingsdag volgens een vast patroon. Een sessie begint met psycho-educatie: ‘Hoe word je meester van je eigen breinkasteel?’. De leerling wordt meegenomen in de valkuilen die hij of zij kan tegen komen tijdens het leren, die de zogenaamde ‘breinbandieten’ worden genoemd. Maar tegelijk wordt de leerling geleerd dat hij of zij compensatiestrategieën ofwel ‘breinbewakers’ kan inzetten.
Iedere dag wordt afgesloten met de ‘zin van de dag’ die gekoppeld is aan een specifieke neuropsychologische vaardigheid van 1 van de 5 thema’s. Bijvoorbeeld ‘Ik zit klaar’ bij het thema gerichte aandacht. Na de psycho-educatie volgen enkele neuropsychologische oefeningen en schoolse taken waarin de leerling het geleerde van die dag leert toepassen. De sessie eindigt met de drie werkgeheugenoefeningen. Na iedere oefening wordt samen met de leerling gekeken naar hoe de opdracht is gegaan (gedragsevaluatie).
Daarna wordt samen met de leerling de zin van de dag op zijn of haar aandachtskaart geschreven (die mee naar de klas gaat) zodat de leerling aan het einde van de dag kan aangeven of het die dag gelukt is om met de zin van de dag te oefenen. De taak van de leerkracht en ouders is om zoveel mogelijk dezelfde terminologie te gebruiken en de leerling complimenten te geven bij positief gedrag. De leerkracht krijgt een observatielijst die aan eind van de dag ingevuld dient te worden en door de trainer wordt besproken met de leerling.

Resultaten van de training laten zien dat kinderen na de training zelf ervaren dat ze beter kunnen opletten in de klas (van 6.8 gemiddeld naar 8.6 gemiddeld)(Van der Donk, Hiemstra-Beernink & Tjeenk-Kalff, 2015). Verder geven de kinderen aan dat ze de uitleg van de leerkracht beter kunnen onthouden in vergelijking met voor de start van de training (van 6.1 gemiddeld naar 8.6 gemiddeld). Daarbij gaven de meeste kinderen aan dat de herhaalstrategie (ook wel herhaalbewaker genoemd) het meest helpend was. Zelf heb ik ervaren dat kinderen de training erg leuk vinden om te volgen.
Kinderen krijgen inzicht in hoe zij leren, welke breinbewakers bij hen passen en waarom het soms lastig is informatie te onthouden bij schoolopdrachten. Ze groeien in zelfinzicht en regulatie en kunnen aan het einde van de training hun werkhouding en taakaanpak beter evalueren. Kinderen tonen daarnaast groei op de werkgeheugen taken door bewakers in te zetten. Ook ouders en leerkrachten rapporteren na de training minder afwijkend gedrag op de subschalen werkgeheugen, planning, regulatie en inhibitie.

Lijkt de training jou geschikt? Neem dan snel contact met ons op! 

Celine van Batenburg, MSc
Orthopedagoog
RondomLeren B.V.